Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Startpagina Afbeeldingen De Maas De Kingbeek Het Kanaal Activiteiten Voetbal historie in Beeg Beegtenaere home Januari Februari Maart April mei Juni Juli Augustus September Oktober November December Het bestuur Werkgroepen Bicht Uit de krant Nieuwsbrieven Wandeling Links Index Jaarboeken Groot Born Contact 15 dec, 2005 Een mo(nu)mentje voor een gedenkwaardige nieuwjaarsnacht 1926 02 jan, 2006 Gedenkwaardige jaarwisseling Grevenbicht 26 okt, 2006 De geur van zelfgemaakte soep 28 okt, 2006 Koningin staat in het krijt bij Grevenbicht 10 mrt, 2007 Vijf vragen aan Jean Knoors 20 mei, 2007 De bewaard gebleven veldnamen en het looiproces 24 apr, 2008 Wegkruis Palmen - Koten in ere hersteld 25 dec, 2008 Zalf voor de eenzame ziel 09 jan, 2009 Romeinse putrand luidt 25 jarig bestaan Heemkundevereniging “Bicht” in! 30 jan, 2009 Romeinse wandeling door Grevenbicht en Obbicht 04 feb, 2009 Inventarisatie historische vondsten in voormalige gemeente Born 4 feb. 2009 Romeinse putrand terug in kern Grevenbicht 25 mrt, 2009 De Koeweide 23 mei, 2009 Oranjebomen omheind 22 mrt, 2010 Monument voor slachtoffers vliegramp Grevenbicht 28 mrt, 2010 Verzet tegen bebouwing Maaskoul Nieuws Julich 23-05-2011 Fam Zwaans terug in Grevenbicht 23-02-2013 Nieuws project WO II 28-05-2011 Nieuws HV in regionieuws 29-06-2011 Nieuws Julich 23-10-2011 Nieuws oorlogsmuseum 06-09-2011 

20 mei, 2007 De bewaard gebleven veldnamen en het looiproces

De bewaard gebleven veldnamen en het looiproces.Leerlooierij in PapenhovenUit een aantal oude veldnamen in Papenhoven is nog op te maken dat de leerlooierij in het dorp een rol heeft gespeeld. Behalve het nog bestaande “Op de Koul” was er ook “Aan de veldkuil”, “Op den Kuil”, “Achter den Kuil” en “Schinkerkuilderweg”. Dit laatste is moeilijk te herkennen, maar het is een verbastering van Schinderkuilderweg waarin schinder vilder betekend. Om de lezer was een idee te geven van wat het leerlooien vroeger inhield, volgt een korte uiteenzetting.Als je het afgestroopte vel van een dier gewoon laat drogen, wordt het zo hard als een plank en totaal onbruikbaar. Als je het vochtig maakt verrot het. Het is echter mogelijk om beide euvels te voorkomen. Door de huid in chemicaliën te leggen worden de proteïnen (eiwitten) in stabiele verbindingen omgezet, zodat geen bederf optreedt. Tegelijkertijd wordt kristallisatie van bepaalde stoffen, die de stijfheid van het ongelooide leer veroorzaken voorkomen. Tegenwoordig wordt daarvoor chroom-kalium-sulfaat oplossing gebruikt. Vroeger werd er met gemalen eikenschors gelooid. De tanine (looizuur) die daarin zit drong heel langzaam in de poriën van de huid, onttrok daaraan het water, conserveerde de vezels en verhinderde kristallisatie. De eerste stap van het looien bestond er in de vellen een paar weken in een kalkoplossing te leggen, waardoor de haren loslieten. Vervolgens lagen ze twee weken in de week in een nogal weerzinwekkend en afgrijselijk stinkend beitsmiddel vervaardigd uit honden-, kippen of duivenmest. De enzymen daarin (stoffen die de snelheid van reacties kunnen versnellen) dienden om eiwitresten te verwijderen en zo een meer open huidstructuur te krijgen. De stank was de reden dat leerlooierijen altijd op afstand van de bebouwing moesten blijven. Daarna konden de huiden worden gewassen en door schrapen van vlees, vetresten en slijmhuid worden ontdaan. Voor het eigenlijke looien gebruikte men fijn gemalen eikenschors dat enige dagen lang in het water had geweekt. De huiden werden in dit extract onderdompeld. Ze moesten de eerste drie maanden telkens naar kuilen met verse looivloeistof worden verhuisd. Daarna bleven ze een half jaar lang in een sterke looioplossing liggen. Vervolgens werden ze -nadat er met een wals het laatste water was uitgeperst- te drogen gehangen. Leerlooien was, zeker in het verleden, zeer belastend voor het milieu. De hoeveelheid organische afvalstoffen die bij de bewerkingen ontstaat, bedraagt ongeveer 35% van het ingezette huidgewicht. Tegenwoordig verwerken lijmfabrikanten vlees en huidresten door koken tot lijm of gelatine, maar vroeger was daar nauwelijks emplooi voor. Door de bewerkingen bij de leerbereidingsprocessen worden vezels van het huideiwit gesepareerd en omhuld. Hierdoor ontstaat een oppervlak, dat veel water kan opnemen en doorlaten. Dit maakt leer zo geschikt voor vervaardiging van kleding, schoeisel, zadels en meubelkleding.Rond 1780De leerlooierij in Papenhoven was, vanaf het ontstaan rond 1780 tot aan de opheffing in de eerste wereldoorlog in handen van slecht één familie. De grondlegger was Joannes Vencken-Jennen, die leefde van 1752 tot 1833. Op een stuk grond van een halve hectare, in een bestaand huis welke zijn vader (Goswinus Vencken-Bergers landbouwer uit Grevenbicht) in 1749 langs de Kingbeek had gekocht begon hij een leerlooierij. Zijn zoons, kleinzoons en achterkleinzoons traden in zijn voetsporen. De vellen waren aanvankelijk uitsluitend afkomstig uit de naaste omgeving, maar geleidelijk vond ook materiaal uit Duitsland, België en zelfs Zuid-Amerika zijn weg naar Papenhoven. Uit Zuid-Amerika importeerden zij de La Platahuiden van kortharige Saladeros ossen. Ze kwamen in Antwerpen aan en werden met paard en kas naar de looierij vervoerd. In 1865 kwam het Staatsspoor gereed en konden de stations van Maastricht en Nieuwstadt of Sittard worden benut. Er werd voornamelijk hoogwaardig zoolleer uit vervaardigd.De kleinzoon van de oprichter, Petrus Renerus Vencken - Canoy (1817-1891) bouwde in 1860 de boerderij Op de Koul, waar nu de gebroeders Vliex hun bedrijf hebben. Het jaartal en de initialen van hem en zijn vrouw (Maria Helena) staan nog boven de poort. In 1869 werd daar een leerlooierij en schoenenfabriek gevestigd. Hoe lang die heeft bestaan is niet meer te achterhalen. De laatste leerlooier van Papenhoven was J.M.H. (Sjang) Vencken-Hermens (1872-1947). Hij had zijn bedrijf op de oude locatie op de Koul, op de plaats waar nu René Schreurs zijn huis heeft gebouwd. De leerlooierij werd in de eerste wereldoorlog opgeheven en de bedrijfsgebouwen omgebouwd tot fruitopslagplaats. Het ongunstige oorlogsklimaat en de opkomst van grootschalige chemische looierijen droegen bij aan de opheffing.Literatuur: Harie van Sloun e.a. Dorp aan de Maas, uitgave Heemkundevereniging Bicht, 1995Terug naar overzicht



Grevenbicht Obbicht - Papenhoven Schipperskerk Born Buchten Holtum